IM Frans Suasso (1941-2021)

Wie Frans een beetje gekend heeft, weet dat je niet zomaar om hem heen kon. Fysiek was dat al lastig, maar zijn geest was minstens even aanwezig. Journalist, Slavist, auteur, co-auteur, brievenschrijver en historicus F.J.H.M. Suasso de Lima de Prado is medio augustus op 79-jarige leeftijd overleden.

Hij vond het goed zo, liet hij kort voor zijn dood weten. De laatste jaren waren lastig voor hem. Het lichaam en op den duur ook de geest lieten hem beetje-bij-beetje in de steek. En dat voor een man die altijd scherp was gebleven, met een feilloos geheugen en zeer respectabele feitenkennis. Of het nu ging om oude en nieuwe geopolitieke ontwikkelingen of de vaak anekdotische verhalen rond vele oud-collega’s van de Wereldomroep.

We hadden na een onderbreking van meer dan 20 jaar weer contact. Frans was destijds programmaleider (hoofdredacteur) bij RNW. Hij nam mij in dienst bij de nieuwsredactie omdat het wel handig was dat ik naast de journalistiek ook aardig met mijn talen uit de voeten kon. “Je moet bij AFP (Agence France-Presse) altijd dubbelchecken, want die Fransen houden wel van een relletje”, zo waarschuwde hij. Hij reed in zijn Russische Lada met aan boord één van de eerste kortegolfontvangers, dus alles wat we aan berichten uitzonden, werd gevolgd. Hij kwam regelmatig op de redactie om zijn beklag te doen over ‘zoveel klinkklare onzin op de zenders’ óf -zij het sporadisch- om een complimentje uit te delen. Een man van uitersten dus. Hoekig, maar ook zacht. Zo kon hij buitensporig kwaad worden om onzorgvuldige berichtgeving en vervolgens met tranen in zijn ogen staan wanneer er beelden en verslagen waren van de Ossies bij de Berlijnse grensovergangen direct na de val van de Muur.

Behalve als collega-journalist leerde ik Frans in de afgelopen periode tijdens mijn bezoekjes ook van een wat persoonlijker kant kennen. Onder het weg-knabbelen van de meegebrachte boerenleverworst met pitjesmosterd en een zak tumtum assorti vertelde hij over zijn verleden. Hij stamde uit een oud adellijk geslacht van Sefardische joden die zich onder druk van de inquisitie in de late middeleeuwen bij de (rooms katholieke) kerk aansloten. ‘Poepsjiek, maar uiteindelijk zo arm als de kerkratten’.

Hij vertelde ook over zijn proefschrift dat hij in 1988 schreef over de Russische dichter Alexander Poesjkin (1799-1837). Na een uitgebreid onderzoek van meer dan 200 -deels niet eerder gepubliceerde- documenten en zelfs een ballistisch onderzoek concludeerde hij dat Poesjkin tijdens het duel dat hem fataal werd zélf op een dodelijke afloop had aangestuurd. Frans had aan de muur nog een plaat van het wapen hangen. Zo zie je ook de journalist in de onderzoeker terug en andersom; hij rustte niet voor hij alle feiten op een rijtje had. Hij eiste dat ook van zijn collega’s en zo zullen vele oud-vakgenoten zich hem ongetwijfeld herinneren. Gemakkelijk, maar ook moeilijk. Uiteindelijk blijft bij mij het beeld van een gedreven man, geïnteresseerd in zijn omgeving met duidelijke en uitgesproken voor- en afkeuren, maar ook gul, innemend en humorvol, een geboren verteller. Hij ruste in vrede.

gerelateerde artikelen